Geschiedenis

Geschiedenis

De geschiedenis van het Genootschap begint op 5 februari 1911 in de lounge van hotel American te Amsterdam, waar Jan van Gilse en zeven andere Nederlandse kunstenaars bijeenkwamen om te confereren over een nog op te richten bond van Nederlandse componisten. Zij streefden er naar de Nederlandse muziek meer bekendheid te geven, criteria op te stellen voor de vakbekwaamheid van componisten, hun werk te beschermen en een sociaal vangnet te creëren.

Het begin
Het Genootschap van Nederlandse Componisten kwam in 1911 met dertig leden van de grond en groeide uit tot een genootschap met bijna driehonderd leden in 1936. Kort na de oprichting van het GeNeCo richtte het genootschap in 1913 samen met de Vereeniging voor Muziekhandel- en Uitgeverij het Bureau voor Muziekauteursrecht, kortweg BUMA, op. Dit bureau zou zich gaan bezighouden met de materiële belangen van de Nederlandse componist en het incasseren van het auteursrecht, dat in 1912 door de Nederlandse overheid eindelijk goed was vastgelegd.

GeNeCo 25 jaar
Rond het zilveren jubileum van het Genootschap in 1936 werd, op initiatief van GeNeCo voorzitter Jan van Gilse, de Stichting Nederlandse Muziekbelangen opgericht (NMB). Een belangrijk vooroorlogs initiatief waren de, door de NMB georganiseerde Maneto concerten. Deze Manifestaties van Nederlandse Toonkunst werden onder meer gefinancierd door BUMA, uit de gelden die door hen waren geïnd maar niet aan de rechthebbenden konden worden uitgekeerd omdat zij niet bij een auteursrechtenbureau of componistenbond waren aangesloten. Deze gelden mochten alleen voor algemene culturele doeleinden worden aangewend.

Sinds 1937 vonden er vier concerten per jaar plaats waarin zo’n 40 composities van 30 componisten (waarvan 26 uit de twintigste eeuw) werden uitgevoerd. Deze concerten trokken veel publiek en werden goed onthaald door de pers. Maneto organiseerde ook studieconcerten waarin een aantal werken van jonge componisten tijdens orkestrepetities grondig werd doorgenomen met als sluitstuk een concert voor publiek. Het eerste studieconcert vond in juni 1940 plaats. De bezetting zette een streep onder verdere activiteiten.

Na 1945
Ook de vereniging lag stil gedurende de oorlogsjaren, in ieder geval bovengronds. Kort na de bevrijding kwam, op 23 mei 1945, het bestuur weer bijeen. Helaas zonder GeNeCo’s oprichter en voorzitter Jan van Gilse, die op 8 september 1944 op 63-jarige leeftijd overleed. Ten behoeve van de leden van het GeNeCo werd door Stichting Nederlandse Muziekbelangen kort na de oorlog in 1946 een bibliotheek ingericht die tevens als documentatiecentrum ging fungeren voor Nederlandse muziek, kortweg Donemus. Het GeNeCo sloot zich in 1951 aan bij de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, die kort na de oorlog werd opgericht. Het was zich er goed van bewust dat kunstenaars in georganiseerd verband meer konden bereiken dan individueel.

Veertig- en vijftigjarig jubileum
In 1951 werd het veertigjarig jubileum luister bijgezet door een drietal concerten. Ook het vijftigjarig jubileum in 1961 ging niet ongemerkt voorbij. Het werd officieel gevierd tijdens de Nederlandse Muziekdagen die in Maastricht plaatsvonden op initiatief van de Stichting Nederlandse Muziekbelangen. De Nederlandse Muziekdagen kunnen worden gezien als een voortzetting van de vooroorlogse Maneto concerten. Daarnaast vond in het Concertgebouw een concert plaats en gaf het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink tijdens het Holland Festival een galaconcert met uitsluitend werk van Nederlandse componisten.

De roerige jaren zestig
Hoewel er in de loop der jaren veel was gebeurd om de positie van de Nederlandse componist te verbeteren was er in de jaren zestig sprake van een toenemende onvrede onder, met name, jonge componisten. Men vond het programmabeleid bij de grote muziekinstellingen tekort schieten. GeNeCo-leden ondernamen actie om de positie van de Nederlandse componist te verbeteren en het bestuur van het GeNeCo werd onder druk gezet om niet alleen meer invloed uit te oefenen op het programmabeleid van de orkesten, maar ook om de honorering van composities en het subsidiebeleid voor het scheppen van werk, te verbeteren.

Een stap in de goede richting was het opstellen van een honorariumtabel die door opdrachtgevers kon worden gebruikt en die tot verbetering van de materiële status van de componist zou leiden. Ook werd gesproken over het opzetten van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst, naar voorbeeld van het Fonds voor de Letteren. Het zou echter tot 1981 duren voordat dit Fonds een feit was.

Onvrede over het programmabeleid bleef smeulen. In het najaar van 1969 werd door Tilburgse muziekstudenten een concert verstoord van het Brabants Orkest. Het GeNeCo stelde zich achter deze actie: zij achtte de situatie van het Brabants Orkest symptomatisch voor het gebrek aan aandacht voor de hedendaagse muziek bij de Nederlandse concertzalen. Toen enkele weken later een concert van het Concertgebouworkest bij aanvang met ratels en fluitjes werd verstoord, distantieerde het GeNeCo zich van die actie. De actievoerders, ook wel Notenkrakers genoemd, eisten een openbare discussie met alle betrokkenen en zagen daaropvolgende acties als een noodzakelijk middel om het muziekleven te vernieuwen. Het GeNeCo steunde deze acties niet.

Oprichting Fonds voor de Scheppende Toonkunst
Dat het Nederlandse muziekleven aan vernieuwing toe was, was echter voor alle betrokkenen evident. Het bestuur van het GeNeCo onderging een verjonging en het maatschappelijk functioneren van de muziek in het algemeen en de componist in het bijzonder kreeg alle aandacht. Op allerlei terreinen liet het GeNeCo in de decennia na de roerige jaren zestig zijn stem horen. Zo vonden er succesvolle initiatieven plaats op het gebied van het orkestbestel en de uiteindelijke oprichting van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst in 1981 kwam de maatschappelijke en materiële positie van de componist ten goede. Er was dan ook alle reden om in 1986 het 75-jarig bestaan van het GeNeCo feestelijk te vieren. Op 17 oktober 1986 vond in de Grote of St.-Bavokerk in Haarlem het jubileumconcert plaats dat onder leiding stond van Riccardo Chailly.

Afsplitsing 1996
Toch hielden twee kwesties het genootschap jarenlang in hun greep: de wens ook in promotionele zin de belangen van de componisten te kunnen behartigen en een conflict over het functioneren van Donemus. Daarnaast was er een spanningsveld tussen componisten buiten de randstand met die in het westen van het land.

Ook heeft het GeNeCo zich door de jaren heen ingezet voor betere honorering van de componisten, hetgeen echter tot gevolg had dat sommigen meenden achtergesteld te worden ten opzichten van anderen. Tot die laatste groep werden met name diegenen gerekend met een meerjarige honorering door het Fonds voor de Scheppende Toonkunst.

Het genootschap struikelde tenslotte met name over de genoemde meerjarige honoreringen (om componisten de ruimte te geven in alle vrijheid te kunnen componeren). Men stelde een meer productiegerichte aanpak voor. Een aantal componisten waren het hier niet mee eens en splitsten zich af in een nieuwe belangenvereniging: Componisten ’96.

GeNeCo 100 jaar
Het 100-jarig jubileum van het GeNeCo was reden voor een groot feest in 2011. De Nederlandse muziek en de Nederlandse componist(e) werden volop in de schijnwerpers gezet. Door het hele land waren er concerten en manifestaties waarop Nederlandse muziek te horen was. Hoogtepunten waren het gala in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw op 3 september in aanwezigheid van Hare Majesteit de Koningin, een breed opgezet kamermuziekfestival, Compositie Salons voor jonge componisten en een expositie over het 100-jarige GeNeCo. Naast een speciaal ontworpen jubileumpostzegel die door TNT Post werd uitgegeven, zag ook het jubileumboek ‘100 jaar Genootschap Nederlandse Componisten’, uitgegeven door de Walburg Pers, het licht.

Fusie
Toch bleef door de jaren heen de afsplitsing van Componisten ’96 aan de achtereenvolgende bestuurders knagen. En zo werden vanaf 2006 verscheidene toenaderingspogingen ondernomen en enkele samenwerkingsprojecten opgezet. In 2009 werd de Unie van Componisten opgericht als gesprekspartner namens GeNeCo, Componisten ’96 en de Bond van Improviserende Musici (BIM) met de diverse overheden en dienstverlenende organisaties in ons land.

Tenslotte fuseerde het GeNeCo op 8 juli 2014 met Componisten ’96 en ontstond het Nieuw Genootschap van Nederlandse Componisten (Nieuw Geneco). De gemeenschappelijke belangen, zoals het behoud van financiële ondersteuning en gezamenlijke promotie van Nederlandse muziek, zijn nu vele malen wezenlijker dan de verschillen van mening in de jaren negentig.